StartpaginaRuimte: Dossier Bouwzaken

Ruimte: Dossier Bouwzaken

Dossier Bouwzaken 

 

Rapport Berenschot 1-10-2009 

Citaat uit het rapport:

In het verdere verloop van de ontwikkelingsopgave is de gemeente sterk beïnvloed door de eigen opgestelde analyse van de ontstane situatie. Impliciete denkbeelden en vermoede overwegingen van R&V zijn expliciet gemaakt en ingekleurd. Binnen de gemeente ontstond hierdoor het beeld dat R&V enkele stukken niet op tijd had aangeleverd.  R&V heeft nl. in de zomer van 2007 wel stukken aangeleverd. Het beeld dat R&V niet op tijd stukken heeft aangeleverd heeft effect gehad op de voorgaande en huidige voortgang in het ontwikkelingsproces van Villa Berlage.

Hoewel dit menselijk en logisch is, mag meer verwacht worden van een klantgerichte organisatie. Een voorbeeld is het open bespreken van de pijnpunten in het dossier en een streep onder het verleden te zetten en gezamenlijk kijken naar de toekomst. De wijze waarop de art. 19 procedure door de gemeente is opgepakt wijst op onvoldoende zorgvuldigheid en getoonde deskundigheid. Kansen zijn onbenut gelaten om de art. 19 procedure op een adequate en zorgvuldige manier te laten verlopen en/of door toepassing van kennis en deskundigheid efficiënter toe te passen.

Dit is volgens mij een cruciale passage, plus de verdere miscommunicatie die er toe geleid heeft dat irritaties mee gingen spelen en dat de manier waarop men tegenover elkaar komt te staan een steeds meer principiële vorm aan ging nemen. Dit is alleen maar logisch en menselijk, temeer omdat het ook om een substantieel bedrag aan onkosten ging.

In de conclusies wordt dit ook aangehaald, sterker nog er wordt gesteld dat in de zomer van 2007 de gemeente de regie miste in het ontwikkelingsproces en dat de gemeente R&V niet eens meer als klant zag, dus ook geen reden om nog verder met hen in gesprek te blijven.

Bij de beantwoording van de laatste vraag blijkt dat Berenschot aanneemt dat de werkwijze van de gemeente Woerden wat betreft de onduidelijke communicatie in het ontwikkelingsproces in de beide onderzochte projecten een meer structureel karakter lijkt te hebben.

Er is een aanvullend onderzoek geweest  alleen gericht op de communicatie rond de art. 19 procedure. De aangegeven problemen die wel aangereikt werden vielen er dus buiten  en zijn niet meegenomen in de analyse. Als je alleen vragen stelt omtrent de art. 19 procedure en andere problemen buiten schot laat kun je in mijn ogen niet concluderen dat de problemen niet structureel zijn.

  

Reactie van het college op het rapport van Berenschot.

 

1. Verantwoordelijkheden beter vastleggen.

Intern zal worden afgestemd tussen de afdelingen RO, Bouwzaken en Projecten. Aan de marktpartijen is om input gevraagd.

Het is natuurlijk niet de bedoeling dat dossiers op een afdeling maandenlang blijven liggen, waardoor projecten frustreren (hierdoor blijkt dat open vensters en continu verbeteren niet werkt). Input vragen is prima, maar je moet natuurlijk wel je eigen beleid bepalen. Wij vinden dat de cultuur veranderd moet worden.

2.Aanvullende eisen in relatie tot artikel 122 Woningwet.

Het college blijft van mening dat “ietsje meer” gevraagd mag worden op het gebied van levensloopbestendigheid en duurzaamheid.

Volgens het ministerie mag de gemeente geen eisen stellen die verder gaan dan het bouwbesluit. Dit is volgens ons wel gebeurd. In het rapport wordt vermeld dat het college antwoordt over het toepassen van woonkeur en de legaliteit daarvan “wij voeren het raadsbesluit uit”. Tot nu toe is dit raadsbesluit door de griffie niet gevonden.

3.Communicatie.

Adviezen worden ter harte genomen.

Als de communicatie niet klopt (wat dus erkend wordt) is dit een brevet van onvermogen. Hieruit blijkt duidelijk dat de stelling gehandhaafd mag worden dat dit van structurele aard is.  Onze conclusie:

Het is voor ons overduidelijk dat dit alles geen incidenten zijn en er een structureel probleem aan de orde is. Blijkt uit het rapport, zeker na de hoorzitting en ook door onze eigen ervaringen met de burgers. Daarom nogmaals dank aan diegenen die de moed hebben gehad om hun grieven kenbaar te maken.

Het mag niet zo zijn dat miljoenen verdampen in Woerden, omdat de bouwproductie stagneert.

Het mag niet zo zijn dat mensen geïntimideerd of gefrustreerd worden door de werkwijze van de gemeente. Uit alles wat we gehoord en gelezen hebben is gebleken dat dit wel gebeurt.

U kunt toch niet anders doen dan dit te erkennen.

 

Vragen en opmerkingen (gaarne een reactie van de wethouder hierop).

1.Overbodige regelgeving veroorzaakt problemen. U zegt dat aanvullende eisen altijd in samenspraak in de exploitatieovereenkomst opgenomen zijn. Is het niet zo dat dit gewoon opgelegd werd, of een dusdanige druk werd uitgeoefend dat men geen nee kon zeggen? Kunt u aangeven in hoeveel gevallen woonkeur is opgelegd bij bouwvergunningen?

2. Inspraak van de Bewoners van het Balatonmeer. Wat ik ervan begrepen heb, blijkt dus nu dat de woningen van de ontwikkelaars wel voorzien zijn van een garage en die van de particuliere bouwers niet, want daar voorzag het bestemmingsplan niet in. Ontwikkelaars hebben zich ook niet aan de termijnen gehouden. Klopt dit?

3. De heer Toorenburg (die zich ook volkomen herkende in de problemen van de firma Veerman) heeft voorafgaande aan de hoorzitting een gesprek met de heer Strik gehad wat hij als zeer onbevredigend heeft ervaren. Hij heeft een verslag gekregen waar volgens hem ook niets van klopte.

4. De insprekers van de Bouwpatroons. Zij hebben een gesprek gehad  met een regelsnoeiambtenaar, maar nul resultaat. Waarom is niet op deze aanbevelingen gereageerd? Zij zijn ook van mening dat de problemen van structurele aard zijn en de heer van den Berg vond dat er echt wat moet gebeuren, er zijn al miljoenen verdampt. Dit vind ik echt heftig. Zij hebben voorafgaand aan deze vergadering 2 gesprekken met de heer Strik gehad. Ik vind het vreemd dat wethouder Strik blijft volhouden dat het beeld wat de Bouwpatroons beschrijven volgens hem niet klopt. Hij is van mening dat de gemeente niet hoofdveroorzaker is van langdurige projecten, omdat er steeds meer professionele begeleiding is gekomen door projectleiders, planeconomen en juristen. Volgens mij zit hier juist de bottle-neck. Juist als projecten over zoveel schijven gaan is de regieverantwoordelijkheid ver te zoeken.

5.Het is niet comme il faut om als wethouder voorafgaande aan de hoorzitting insprekers uit te nodigen, de haren glad te strijken/ of te intimideren en er dan vervolgens ervoor zorgen dat de insprekers zich terugtrekken. Dit vind ik frustratie van het onderzoek, ik neem het hem dan ook hoogst kwalijk.

6. De heer Ekelschot vroeg, of het college het niet eens is met het feit dat het traject van 2006 tot 2009, de terughoudendheid in de besluitvorming niet tot onevenredig nadeel heeft geleid voor de ontwikkelaar.Terwijl het plan wat er in 1e instantie lag wel aan het bestemmingsplan voldeed, maar afgekeurd is door de gemeenteraad. Daarna op verzoek van de gemeente gewijzigd. Zeker gezien het feit dat er een compensatie-overeenkomst aan de orde is, vindt U het dan niet heel frustrerend voor de ontwikkelaar dat door de gemeente gesteld wordt, dat dit plan als ieder ander plan behandeld wordt. Het antwoord van het college bevreemdt me in hoge mate, zij vinden dat ze pro-actief zijn geweest door een risicoanalyse uit te voeren. In de brief naar Veerman staat duidelijk dat de gemeente heeft onderzocht dat er geen sprake van een planologisch nadeel is. Later wordt dit in het antwoord op de vraag van de heer Ekelschot weer ontkracht met de woorden dat het een globaal onderzoek was en geen 100 % garantie biedt. Waarom is die risico- analyse dan überhaupt uitgevoerd door de gemeente? Al met al is duidelijk geworden dat Radix en Veerman wel nadeel heeft ondervonden. Hoe denkt de gemeente dit op te lossen?

7.Open vensters en Continu verbeteren blijken hier niet te werken, het is niet verankerd in de organisatie. Er moet dus een cultuuromslag komen. Interne afstemming tussen de afdelingen is  noodzakelijk, maar niet genoeg. Is het college bereid te onderzoeken of de juiste mensen op de juiste plek zitten en bereid een concreet voorstel aan de raad te presenteren om tot een werkwijze te komen die de gedachte achter open vensters en continu verbeteren recht doet?

 Ingrid Berkhof         
 

Martin Schreurs

.

Ruud Mees

.

Ingrid Berkhof

.

Frank Tuit

.

Roeland Winter

.

Stefan van Hameren

.

Danielle van den Berg

.

Word lid van de VVD

.

Huidige gasten

We hebben 27 gasten en geen leden online