Professor Frans Tonnaer heeft in een bijdrage in het VNG–Magazine zijn visie gegeven over het afschaffen van bestemmingsplannen. Hij draait er niet omheen door te stellen dat er dan “heilige huisjes” moeten sneuvelen.
De WABO is slechts een begin, maar nu blijkt in de praktijk dat deze toch veel gebreken vertoond. Zeker daar waar het ingewikkelde aanvragen van de omgevingsvergunning betreft. Met het in elkaar vloeien en de daaruit ontstane tegenstrijdigheden, die samenhangen met 25 vergunningenstelsels, kon dat ook niet uitblijven. Dit nog los gezien van overgangsrecht dat bij de vaststelling van een bestemmingsplan mogelijk is.
Het enige dat verbeterd lijkt te zijn, is de aanvraag die één keer gedaan wordt. Daarna zou het zijn gang moeten hebben langs de verschillende disciplines in het gemeentehuis. Onderweg doemen dan specifieke vraagstukken op, die een antwoord behoeven van de aanvrager. Bij de aanvrager levert dit geen sterk beeld op, want die denkt over enkele weken heb ik ja of nee. In veel gemeenten betekent dit een “nee” omdat de gemeente op zeker wil spelen. Het recht van beroep en de procedures tot Raad van State blijft tenslotte ongewijzigd.
De kneep zit hem niet in de afwijzing, maar het leren omgaan met risico’s en dat pleit voor het geheel afschaffen van bestemmingsplannen. Alleen werken met een beheersverordening waar het gebieden betreft, die weinig tot geen ontwikkelingen meer kennen.(bijvoorbeeld Buitengebied). Het overige van het bebouwd gebied van de gemeente zou dan deels ondergebracht kunnen worden in visie gerichte beeldkwaliteitsplannen en het andere deel in gebiedsgerichte uitvoeringsregels. Volgens mij biedt het een oplossing om de welstandstoets uit het proces van vergunning verlenen ook te schrappen.
Ik pleit er feitelijk voor dat de inwoners, die met veranderingen in de omgeving te maken krijgt, beschermd worden, maar zodanig dat er een overleg aan vooraf gaat. Veel inwoners zijn best bereid in overleg te treden om tot begrip en inzicht te komen, dat zaken moeten en kunnen veranderen. De achtervang blijft altijd nog de mogelijkheid voor het indienen van een bezwaar bij de commissie Beroep en Bezwaar.
Zeker is, zoals het “Nu” is, gaat er zonder beding gekeken worden naar de regels. Dat is veilig.
Zeker is dat er meer wetten en regels zijn dan men weet. “Vrouwen en kinderen eerst”!
Zeker is dat elk plan of ontwikkeling getorpedeerd kan worden met die wetten en regels.
Zeker is dat procedures lang zijn en vernieuwing nauwelijks tot wasdom komen.
Conclusie: “We hebben als wetgever volop meegewerkt aan het egocentrisme dat veel inwoners verweten wordt”.
Ik pleit evenals Frans Tonnaer voor meer ruimte voor gemeentelijke vrijheid en minder opgelegde normen en regels van de provincie en de landelijke wetgever.
Daarvoor is meer vertrouwen in het gemeentebestuur noodzakelijk. In het besluit algemene regels ruimtelijke ordening (BARRO) zou dit moeten worden vastgelegd in de vorm van ruimte voor tenminste inpassingsplannen, die zonder meer gebracht kunnen worden. En als de provincie als instituut moet blijven bestaan, dan is het voor die partij een kaderstellende rol, maar niet de zeggenschap over wat een gemeente wel of niet doet binnen haar territorium.
Gemeenten nemen wel op zich, dat er getoetst wordt aan de belangen in het meerjarenperspectief ( PRS) van de provincie. Daar wordt achteraf verantwoording over afgelegd en er is geen opschortende werking in de procedure mogelijk.
Kortom, durf los te laten en gun elkaar vooruitgang.
Martin Schreurs,
wethouder te Woerden.





