Martin Schreurs sprak gisteren in het Fort Wierickeschans op het mini-symposium dat werd georganiseerd ter gelegenheid van het afscheid van burgemeester Lokker van Bodegraven, de navolgende tekst uit:
Beeld en beeldig groen
Het ‘landschap’, wat is dit nu eigenlijk?
Het landschap is het beeld dat door de mens gezien wordt. Het karakter ervan wordt bepaald door de wisselwerkingen van levende en niet-levende factoren. Dus alles wat wij zien, is eigenlijk een aaneenschakeling van landschappen. Het landschap waar we het hier graag over hebben, heeft de roepnaam ‘Het Groene Hart’.
En dat is een landschap met een rijk verleden: ijstijden, oude rivierlopen, oude slotenstructuur, ontginningen, invloeden van de mens… Niet al het verleden is zichtbaar, althans, met het blote oog. Het verleden heeft wel degelijk doorgewerkt in het karakter van het gebied.
De grondleggers van het Groene Hart hebben vroeger naar vermogen gehandeld om het te laten worden tot wat het nu is – al dan niet met gedefinieerde regels voor ruimtelijke ordening. Er is ontgonnen, land op het water veroverd, met land geschoven, er is gekapt en gegraven, er is gebouwd en alles is ontsloten via wegen, volgens toenmalige maatvoeringen.
De vraag is: hoe heeft het gebied kunnen worden tot wat het nu is, met zoveel externe partijen, besturen, bouwers, agrariërs, handelaren en bewoners. Was er sprake van bewaking door bewoners en agrariërs? Hebben overheidsbesturen er bovenop gezeten? Het waterschap? Of was het gewoon een kwestie van toeval en geluk?
Ik zie u denken, die sprekert is van het pad. Toeval en geluk bestaan toch niet binnen de ruimtelijke ordening? Dat mag dan sinds 1848 het geval zijn, maar daarvoor gebeurde er veel zonder dat daar wetten en regels aan ten grondslag lagen. Er is in de geschiedenis niet voor niets veel strijd geleverd rondom ‘land’: op kleine schaal (bijvoorbeeld over bouwland) of op grotere schaal (gewesten of zelfs hele landen). Sleutelwoord in deze strijd is altijd “veroveren”, dat weer te maken heeft met de drang van de mens naar iets nieuws, naar méér en mooier. Helaas soms om macht ipv van gezag.
Maar een heel belangrijke rol speelde naar mijn mening ook de veiligheid. Steden en dorpen ontstonden veelal doordat de mens ergens wilde leven waar men in zijn onderhoud kon voorzien, waar handelsroutes liepen en waar men met meerdere gelijkgestemden zich veilig voelde. Daar waren dus initiatieven, moed en soms ontginningen voor nodig. Tot zover een globale weergave van een denktrant.
Je zou kunnen zeggen: het Groene Hart is geworden tot wat het nu is doordat eeuwenlang iedereen globaal deed waarvan hij wist dat het goed was. Dat is mijn invulling voor dit onderwerp van het woord globalisering. De mensen deden het samen. Globalisering heeft nu een invulling gekregen waar niet alle burgers zich in herkennen, omdat het niet gaat om globaal iets doen of laten, maar het gaat om denken en doen op wereldlijke schaal.
Daarmee wil ik zeggen is: in het verleden hebben meer vrijheden en onzekerheden niet geleid tot een ruimtelijke chaos, terwijl we nu toch geacht worden te leven met verplichte procedures en wetten zoals: MER – procedures, beeldkwaliteitsplannen, milieu-effectrapportages, planologische kernbeslissingen, structuurvisies, streekplannen, bestemmingsplannen, postzegelplannen. Daarin staan allemaal voorschriften waaraan wij ons als gemeenten en onze inwoners moeten committeren
Jan Pieter Lokker heeft zich in de afgelopen beleidsperiode met de burgemeesters van Nieuwkoop, De Ronde Venen en Woerden afgevraagd of het wel zo goed gaat met ons deel van het Groene Hart. Zij zijn bij elkaar gekomen en hebben geconcludeerd dat een intensievere samenwerking op het vlak van groen, economie, recreatie en vooral de landbouw nodig is en dat er verbindingen gemaakt moeten worden om het karakter, de uitstraling en de rust te bewaken. Dit alles onder de naam “Geuzenberaad”.
Zelf heb ik zitting in vele overleggremia in de provincie Utrecht vanuit de RO- en volkshuisvesting portefeuille. Ik zal u een uitputtende opsomming besparen, maar noem slechts: Gebiedscommissie Stad en Land, WGR Welstand, Volkshuisvesting Utrecht, Woerdens Beraad, , voormalig SUW, Gebiedscommissie de Waarden, het Bureau voor het Groene Hart… In het begin dacht ik nog: “Nou, ze hebben er in deze provincie wel werk van gemaakt om alles af te stemmen binnen de portefeuille RO en volkshuisvesting. Na 3 maanden dacht ik daar anders over, omdat ik met stijgende verbazing vaststelde dat in ieder overleg steevast dezelfde litanie der dingen besproken werd. Stapels stukken over dezelfde punten zonder concreet tot uitvoering te komen: afkortingen als EHS, RODS, RUTS, en ook nog wat recreatie algemeen en mobiliteit. Het onderwerp bedrijfsterreinen was weggezet bij de portefeuille EZ en ligt lastig als je gaat voor behoud van groen.
Positief om te vermelden is wel dat het Groene Hart in de volle breedte, met alle denkbare invalshoeken aan de orde komt. Onhandiger is de constatering, dat er geen afstemming is. Het pijnlijke gevoel bekruipt je dat onderwerpen op zijn minst tweemaal uitgedokterd en/of beschreven worden. Tastbare resultaten versnipperd zijn en het voor bewoners nauwelijks zichtbaar is.
Wat ik wil aantonen, is dat de mens-tot-mensverhouding, de onderlinge afstemming bepalend is voor wat er gebeurt. Het blijft van belang om daar in te blijven investeren.
En dan heb ik het over bestuurlijke afstemming, maar ook afstemming met onze inwoners.
Het is een grote uitdaging om te zorgen dat we niet vergeten te communiceren met de bewoners in onze gemeenten over het doen en laten in het Groene Hart. Provincie Utrecht zou daar nog meer met ons kunnen optrekken . Wellicht de rede waarom Jan Pieter de 4 gemeenten bijelkaar wil brengen om gezamenlijk sterker te staan in het bestuurlijk krachtenveld.
Voor welke opgave staan we nu als bestuurders om ervoor te zorgen dat het toch goed gaat met ons Groene hart?
In de eerste nota RO van 1960 stond het Groene Hart omschreven als een gebied dat open moet blijven, en ingericht met landelijke functies. Landbouw was belangrijk, omdat na de oorlogservaring er een gebied moest zijn dat in zijn voedselbehoefte kon voorzien.
Bij de vijfde nota in 2001 wordt het Groene Hart aangewezen als nationaal landschap, als onderdeel van de deltametropool. De schaal wordt groter, met meer stedelijkheid vraagstukken en de zorg om de landelijke gebieden te respecteren, dat vraagt om nieuwe cultuurpatronen en verheviging van interacties.
Deze twee nota’s kennen een tegenstelling, die ook onderkend is. Vanaf 2001 zie je in het Groene Hart meer en meer verschijnselen ontstaan, die inherent zijn aan stedelijke ontwikkelingen. Het Groene Hart ligt niet meer geïsoleerd, maar is omgeven door snelwegen. De mobiliteit is onuitputtelijk geworden, behalve het onderliggende wegennet in het Groene Hart.
De landbouw krijgt het moeilijker doordat import van meerdere producten door prijsverschillen onder druk zijn komen te staan.
De recreatie verschuift van kleinschalig naar grotere vormen van vertier en ontspanning. De vraag vanuit de stad doet velen in het Groene Hart denken de tering naar de nering te moeten zetten. Principes worden minder principieel.
Kennis, innovatie, nieuwe technieken winnen sterk aan kracht. Bewoners en bestuurders kunnen niet vluchten. Ze worden voor keuzes gesteld.
Maar voor welke keuzes staan we dan en hoe zit het met de interne en externe actoren? Want er zijn wel een aantal vraagstukken waar we iets mee moeten, zonder alles in regeltjes te willen vervatten.
Voor onze 4 gemeenten is het van belang verbindingen te leggen, waardoor de eenheid in het landschap met haar natuurlijke overgangen overeind blijft. Dit wordt beïnvloed door de wijze waarop je er naar kijkt. De kwaliteit van ons groene deel en de waterplassen is nog voldoende, maar staat wel onder druk. Daaraan is een vraagstuk toegevoegd. Nu het kabinet vooralsnog niet komt met een nieuwe nota RO, maar wel besloten heeft het begrip nationaal landschap te schrappen. We hebben te maken met:
- water in relatie tot verdroging, bodemdaling en veiligheid, zowel kwalitatief als kwantitatief
- kleine kernen en krimp van de bevolking
- leefbaarheid in combinatie met verrommeling
- verbindingen tussen stad en land
- de aanpak van de structuurversterking van de landbouw met het vasthouden van de strokenverkaveling in relatie tot de groei van grotere agrarische bedrijven.
-
recreatie met gevoel voor waterverbindingen en ontsluitingen ervan.
-
opletten dat er niet te veel van hetzelfde komt. Omgebouwde boerderijen die dienst doen als zorgboerderijen, recreatieboerderijen, boerencampings, opvang daklozen, vakantieboerderijen enz…
Anderzijds moeten we nauwlettend voorkomen dat ons Groene Hart vervalt tot de status van een museum zonder omheining, met de kans tot vergaan naar een failliet historisch amfitheater.
Om het als nauw verbonden geografisch betrokken gemeenten eenduidig te houden en elkaar te versterken in externe overleggen, gaan de wethouders Ruimtelijke Ontwikkeling met elkaar de plaatselijke structuurvisie doornemen om eerst de gemeenschappelijke punten vast te leggen. Dan moet worden vastgesteld of deze ook passen in het beeld naar de toekomst. Wat moet aangepast worden om wederzijdse belangen niet in de weg te zitten?
Van belang is om meteen vast te stellen wat we met elkaar moeten inbrengen bij de provincie, die volgend jaar met een nieuwe structuurvisie 2012-2016 wil komen. Met name moet ook benoemd worden wat we nodig hebben om in ontwikkeling te blijven. “Stilstand is achteruitgang”.
Ja, de discussie kan gaan over de rode contouren in de kleine kernen.
Ja, het moet gaan over ruimte voor de agrariërs ( ruimte voor ruimte regeling). Dus ook ja of nee een beurs waar m2 grond van verdwenen gebouwen of woningen verhandeld worden.
Ja, het moet gaan over verdroging en de waterhuishouding.
Ja, het dwingt tot afwegingen over wat we waar doen met de recreatieontwikkeling.
Ja, doorgaan met RODS, maar dan wel afwegen wat dat betekent voor mobiliteit vanuit het stedelijk gebied aan extra toerisme.
Ja, alles moet streekgebonden zijn of blijven.
Ja, we moeten vaststellen welke identiteiten we willen behouden en welke we willen versterken.
Er zijn er nog meer, dus excuus als ik niet uitputtend ben, maar
als laatste en voor mij een zeer belangrijke:
Zoek de kracht in de samenleving en probeer niet per definitie alles uit te voeren vanuit middelen van Rijk, provincie en gemeenten. Stel vast dat inwoners graag zelf willen bijdragen in de uitvoering en hun verantwoordelijkheid willen nemen. Een vorm van meer vrije participatie.
Er is de wil om te blijven communiceren en vooral het betrekken van onze bewoners d.m.v. interactie en het geven van verantwoordelijkheid. Want als zij meedoen, biedt dat meer garanties voor het behoud van het goede van ons Groene Hart.
Stap af van het adagium: “Wij weten wat goed voor u is. Wij maken de samenleving. U leeft in uw woonomgeving zoals wij denken dat het moet”.
Iedere gemeente in het Groene Hart heeft zo haar eigen slogans, ik heb er een paar voor u op een rijtje gezet:
Bodegraven: Samen aanpakken! Met neven titel: “Een vitale samenleving”.
Nieuwkoop: Allemaal meedoen
De Ronde Venen: Kernachtig verbinden, met als onderliggende titel: actieve Groene Hart gemeente met vitale kernen.
Woerden: Slanke overheid, sterke samenleving, met eveneens een langer bestaande ondertitel; stad waar het Groene Hart klopt.
Wij moeten onze inwoners geven waar zij om vragen. Kortom, we gaan het met de geuzen van Bodegraven-Reeuwijk, De Ronde Venen, Nieuwkoop en Woerden gewoon we gaan het doen! Dit is een beeld en beeldig groen.
Martin Schreurs,
Wethouder RO- Volkshuisvesting,
te Woerden.
Woerden, 30 juni 2011.




